Het begin van de volgende week gebruiken we om wat plaatsen in de buurt te bezoeken. Op zondag bezoeken we de plek waar ooit het stadje Aldermere stond, de eerste stad die in de Bulkley Valley werd gevestigd. Het ligt vlak voor Telkwa en is bereikbaar over een trail vanaf de highway dat is aangegeven door een bord dat enkele jaren geleden werd geplaatst.
Zelfs zo dicht bij Telkwa en de highway kun je beren tegenkomen, dus ook op deze wandeling is het aan te raden een bus bearspray mee te nemen, maar vooral eventueel aanwezige beren niet te verrassen.
Van de plaats Aldermere resteert niets meer, alleen een plakkette herinnert aan de plek, net als wat zaken als een richtingaanwijzer, oude bordjes die de plaats van belangrijke huizen en gebouwen aangeven.
Aldermere beleefde hoogtijdagen van 1905 tot 1913. Vooral het Telkwa Hotel was een bekend gebouw waar zich heel wat zaken moeten hebben afgespeeld. In 1913 raakte het plaatsje in verval en werden de gebouwen inclusief het hotel verplaatst naar het vlakbij lager bij de rivier gelegen Telkwa werden verplaatst.
Aldermere raakte in vergetelheid en bestaat nu alleen nog op oude foto’s en in boeken.
Op maandagmorgen ben ik al weer voor 8 uur op pad voor een fikse ochtendwandeling. In tegenstelling tot een week eerder wandel ik nu de andere kant op, waar Round Lake Road ook weer uitkomt op de highway. Ook deze afstand bedraagt ongeveer drie kilometer, wat samen dus 6 kilometer oplevert.
Het is een mooie ochtend en het meer ligt er als een spiegeltje bij. Langs Round Lake Hall en dan klimt de weg in een bocht naar rechts. Daarna is de weg tot aan de highway vlak met hier en daar een dalinkje of klimmetje.
Bij de highway aangekomen keer ik niet om, maar besluit via de berm van de weg naar de andere afslag te lopen, een afstand van ongeveer vier kilometer. Ik loop aan de linkerkant zodat ik het verkeer aan zie komen. Tijdens die wandeling valt me op dat ook in Canada zwerfvuil langs de weg net als in Nederland helaas steeds gewoner begint te worden. Voor blikjes en flesjes waar hier al jaren statiegeld wordt betaald liggen in de berm.
Als ik bijna bij de afslag ben zie ik een zwarte beer die zich tegoed doet aan de vruchten van een boompje wat hij naar zich toe heeft getrokken en waar hij al zittend van geniet.
Na een tijdje toegekeken te hebben maakt de beer zich uit de voeten.
Ik sla af om weer in de richting van de boerderij te lopen als ik achter mij opeens een auto hoor stoppen. Het is Janita die ongerust werd omdat ik te lang wegbleef en me in de auto is gaan zoeken. Op dat moment zien we in de verte weer een beer op de weg lopen en Janita rijdt steeds een stukje verder en wacht dan weer op me. Een prima beveiliging.
Het blijken twee beren te zijn die op onze nadering zich van de weg terug trekken en in een weiland lopen. Vogelaar Frank, die toevallig in de buurt is, leent ons zijn verrekijker om ze goed te zien.










