Fort St. James speelde ooit een belangrijke rol in de geschiedenis van Canada. Het werd in 1806 gesticht door bonthandelaar Simon Fraser en de North West Company. In 1821 werd het overgenomen door Hudson Bay Company, een organisatie die vergelijkbaar is met de VOC.
Oorspronkelijk werd het de Stuart Lake Post genoemd, naar het grote meer waar de post over uitkijkt. Het is een van de oudste permanente Europese vestigingsplaatsen in British Columbia en vormde het administratieve centrum van Hudson Bay Companies Caledonia district.
Wegens het grote belang voor de geschiedenis van Canada is het fort nu een Nationaal Historisch park.
Het ligt zo’n 300 kilometer bij ons vandaan, maar we maken er een eendaags bezoek van. We vertrekken vroeg en na een reis van vier uur komen we aan in het dorpje en duurt het niet lang voordat we op het parkeerterrein van het park staan.
We beginnen met een bezoek aan het museum waar veel aandacht is voor de geschiedenis van het fort, de HBC, de bonthandel en de geschiedenis van de lokale bewoners, de indianen die hier First Nation worden genoemd. Toen de Europeanen hier aankwamen hielden die zich helemaal niet bezig met de bonthandel, voor hun levensonderhoud waren ze meer afhankelijk van de visvangst. Ze werden door de kolonisten ‘carriers’ genoemd, naar de gewoonte van de vrouw om de asresten van hun overleden mannen met zich mee te dragen. Onder druk van de Europeanen werd die gewoonte verlaten.
Het fort werd sinds de stichting vier maal opnieuw opgebouwd, de oudste gebouwen dateren uit 1860. Ze staan allemaal op de originele plaats en de belangrijkste gebouwen zijn het handelshuis waar bont werd verhandeld, de trade store waar alles kon worden gekocht wat men nodig had en het voor die tijd heel luxe ingerichte gouverneurshuis.
In deze huizen vertellen vrijwilligers, gekleed in kleding uit die tijd, de bezoekers over de gang van zaken destijds in het fort.
We bezoeken eerst het handelshuis waar we alle soorten bont te zien krijgen: vossen, wolverine, marters, hermelijn, bevers, otters en natuurlijk berevachten.
Daarna lopen we door naar de trade post waar we de verschillende waren kunnen bezichtigen. Het was in die tijd ook mogelijk om vachten  om te ruilen tegen gebruiksvoorwerpen of levensmiddelen.
Daarna staat een uitgebreide rondleiding door het gouverneurshuis op het programma. Waar in die tijd veel mensen moesten leven in een huisje met een of twee kamers, kon de gouverneur en zijn familie gebruik maken van een veel groter huis dat veel luxer was ingericht en zelfs over warm water beschikte. Dat water moest één maal per week worden bijgevuld. Er waren in elke kamer haarden en in de keuken staat een groot fornuis dat in delen vanuit Europa naar Canada werd verscheept.
Niet alleen de huizen en gebouwen zijn het bezichtigen waard, ook de omgeving is de moeite waard. Het uitzicht over Stuart Lake vanuit het fort is fenomenaal. Het is alleen jammer dat de pier waaraan destijds veel schepen moeten hebben aangemeerd vervallen is.
Na een bezoek van een paar uur verlaten we het fort en rijden we terug naar Round Lake. Als we Houston naderen zien we niet te ver van de stad in de bergen nog steeds een bosbrand woedt. Die duurt al enkele weken, maar omdat er geen huizen gevaar lopen wordt deze enkel goed in de gaten gehouden zodat bij uitbreiding snel kan worden ingegrepen. Sommige inwoners hebben daarom al een ‘evacuation alert’ ontvangen.

Deel Dit Verhaal, Kies Je Platform!

3 september 2023