Op zondagmorgen besluit ik al vroeg een wandeling te gaan maken over Round Lake road. Vanaf de boerderij naar de highway is het ongeveer drie kilometer, heen en terug betekent dus zes kilometer, een mooie start van de zondag.
Vrijdagavond zagen we vanaf de highway al een zwarte beer en al gauw zie ik dat hier ook beren regelmatig op de weg komen. Er ligt een berenhoop, maar van de beer is gelukkig niets te zien. Ik loop de hele weg af en steek dan de highway over om een bezoek te brengen aan het Anglicaanse kerkje dat daar staat. Het is een klein kerkje met plaats voor weinig mensen. Oorspronkelijk stond het in Hubert, een plaatsje aan de andere kant van de rivier dat nu niet meer bestaat. Het is afgebroken en op deze plaats weer opgebouwd.
Ik loop weer terug en na een paar honderd meter zie ik iets zwarts op de weg bewegen. Het is wat het lijkt: een zwarte beer. Het dier ziet mij ook aankomen en loopt voor me uit, af en toe achterom kijkend. Een auto die van de andere kant komt doet hem van de weg afgaan, maar toch komt hij weer terug en lijkt me in de gaten te houden. Als ik dichtbij komt gaat hij echter de berm in en als ik langs dat punt loop is van de beer niets meer te zien. Ik kom heelhuids weer op de boerderij aan en Cor geeft me advies om bij volgende wandeling toch maar de bearspray mee te nemen.
Maandagmorgen werden we al vroeg gewekt door de poes die gewoon poes wordt genoemd. Ze stond buiten voor het raam van onze slaapkamer in de basement en dus waren we om kwart over zes al klaar wakker. Poes kwam even in de slaapkamer om te controleren of we wel echt wakker waren en ging toen naar boven.
Omdat het mooi weer was besloot ik vroeg te gaan zwemmen in het meer. Het leek Janita niks, maar zij zei later te komen kijken.
Het was een prachtige morgen en eenmaal in het water was het ook prima zwemmen.
Dinsdagmorgen was het weer tijd voor een flinke wandeling. Ditmaal gaan we in een andere richting als ik afgelopen zondag deed. We lopen langs de historische Round Lake Hall, een gemeenschapshuis voor de buurt. Het gebouw staat vlak bij de boerderij. Ooit stond ook deze in Hubert, net als het Anglicaanse kerkje aan de highway.
We krijgen gezelschap van een buurthond, de hond van de buren die nu in het vroegere huis van Gary wonen. We nemen voor de veiligheid ook bearspray mee dat zou moeten helpen om zwarte beren die te nieuwschierig worden op afstand te houden.
Onderweg zien we vanaf de weg dat een buurman al flink bezig is zijn houtvoorraad voor de winter bij te houden. Houtstook is hier voor veel mensen een voorwaarde om de winter warmpjes door te komen.
Woensdag is het week tijd voor een hike met Gary en zijn vrienden. Ook in eerdere jaren ging ik met deze groep elke woensdag aan de wandel. Inmiddels zijn wat gezichten uit de groep verdwenen, maar een aantal zijn er nog. Ook komen er nog nieuwe bij, ook Gary’s zoon Derwin die een tijdje thuis woont is aanwezig.
Janita zet me af bij het postkantoor in Telkwa waar Gary al staat te wachten. We rijden naar de deelnemer in Telkwa die dit keer de hike heeft georganiseerd. Hij verontschuldigt zich meteen voor het feit dat we na de tocht niet bij hem kunnen eten zoals de gewoonte is. Zijn keuken wordt gerenoveerd. Al snel wordt besloten dat we na de wandeling alles meenemen naar Gary’s huis in Smithers.
We rijden eerst een tijdje in de richting van de oude kolenmijn. Aan de weg parkeren we en lopen dan naar de brug die enkele jaren geleden is weggespoeld. Daar lunchen we en gaat net als, tijdens de wandeling, het gesprek vaak over politiek en andere belangrijke zaken.
Daarna lopen we weer terug en nemen we al het voedsel mee naar Gary’s huis waar we nog lang blijven napraten (en eten en drinken).












