De tweede dag in Akureyri staat in het teken van walvissen. Het plan is naar Husavik te rijden waar Popke en ik aan boord zullen gaan aan één van de houten schepen om walvissen te spotten. In deze wateren kun je bultruggen, potvissen, dolfijnen en zelfs blauwe vinvissen tegenkomen.
Even lijkt het weer roet in het eten te gooien. We worden gebeld door de reisorganisatie dat de maatschappij die de tochten organiseert overweegt de trip van 10:00 uur waarvoor wij hebben geboekt te annuleren wegens de ruwe zee. We krijgen de keus een tocht te boeken in een ander plaatsje, maar die trip blijkt achteraf volgeboekt.
We nemen het risico en rijden toch maar naar Husavik. Daar hebben ze ook een walvismuseum dat we toch al willen bezoeken.
Het is een uurtje rijden naar Husavik en onderweg lijkt het weer steeds beter te worden. Als we ons melden in het kantoortje van de maatschappij horen we dat het doorgaat en kunnen we doorlopen naar het schip waarmee we de zee opgaan. Het is een houten schip van 18 meter lang. Sommige dieren die je kunt tegenkomen zijn bijna even lang of soms zelfs langer.
We krijgen een overal die we aan kunnen trekken en die ons warm zal houden en ook nog dient als redding pak, mochten we overboord vallen.
Nagezwaaid door Ina en Janita vertrekken we en varen de haven uit. We gaan achterop zitten en bemerken al snel dat de zee inderdaad ruw is. Het schip schommelt behoorlijk en bij de andere passagiers zijn sommigen die het al snel moeten bekopen met zeeziekte. Sommigen hangen al snel over de reling om hun maaginhoud te lozen.
Gelukkig hebben we zelf nergens last van!
Er zijn meer boten op zee die op walvissen uit zijn. Sommige zoals die van ons, maar er zijn ook speedboten die bij elke melding of waarneming vol gas naar de walvis toe varen om er maar zo dicht mogelijk bij te komen. Onze gids vertelt dat er in IJsland geen wet bestaat die dat kan verhinderen zoals in veel andere Europese landen.
Een paar keer komen we dichtbij, maar een foto maken voordat het dier weer duikt blijkt een hele opgave.
Gelukkig wordt het steeds beter weer en is de overal bijna te warm aan. Na tweeëneenhalf uur varen we weer terug. Het was een leuke ervaring en aan boord krijgen we nog een kop chocolademelk en een cinnamon bun. Sommigen laten dat echter aan zich voorbij gaan.
In de haven drinken we eerst nog een kop koffie met Ina en Janita voordat we naar het museum gaan. Het is een leuk museum. Van veel walvissoorten hangt het completen skelet hoog in het gebouw en via een trap bereik je een looppad waar je er langs kunt lopen.
Het hoogte punt wordt echter gevormd door het skelet van een blauwe vinvis van 25 meter lang dat in een speciale ruimte is uitgestald. Het is indrukwekkend dat zo’n groot schepsel in deze wateren voorkomt.









