Vlak bij Snorrastadir farm, onze eerste verblijfplaats op IJsland, ligt Eldborg krater, een overblijfsel van een oude vulkaan die hier duizenden jaren geleden uitbarstte en waarvan de vele lava die je ziet nog steeds getuige van is.
Over het terrein van de boerderij loopt een trail naar die vulkaan en voor onze eerste dag lijkt ons dat een mooie hike toe. We worden vergezeld door Janita’s zuster Ina, haar man blijft liever achter in de cottage.
Het begin van de trail loopt over vlak terrein, maar als je wat hoger komt wordt het wat ruwer waardoor je goed moet kijken waar je je voeten neerzet. Al vanaf het begin hebben we de krater in het oog en die aanblik maakt het al meer dan de moeite waard. De wandeling ernaartoe neemt bijna een uur in beslag, maar dan staan we voor het laatste stuk. Gezegd moet worden dat er alles aan gedaan is om de toeristen te helpen boven te komen. Stenen zijn op elkaar gestapeld om een trapje te vormen een waar het steil is zijn ijzeren palen met kettingen geplaatst waaraan je je vast kunt houden.
Janita en ik klimmen naar boven en genieten daar van het uitzicht in de krater en ook van de omgeving. Je ziet in de verte ook nog twee vulkanen liggen, een bewijs van het natuurgeweld dat deze omgeving ooit teisterde. En wie weet gebeurt het opnieuw. De orkaan vlak bij Reykjavik en het vliegveld was ook eeuwenlang onrustig, maar is in korte tijd alweer zes maal uitgebarsten. Een bewijs dat vulkanen die lang slapen zo maar weer actief kunnen worden.
We lopen weer terug naar onze cottage en eten daar lunch voordat we aan het tweede deel van de dag gaan beginnen.
In de middag gaan we met de auto het schiereiland Snæfellsnes verkennen. We besluiten eerst naar het plaatsje Bjarnarhöfn te rijden waar een Haaienmuseum is gevestigd. Het gaat hier om de Groenlandse haai. Het is de enige haaiensoort die in het koude water om IJsland en Groenland leeft. Het dier kan zeven meter lang worden, maar nog indrukwekkender is de leeftijd die het dier kan bereiken: 400-500 jaar!
Het vlees van de haai is voor de mens giftig om te eten. In de tijd van de Vikingen toen voedsel schaars was hebben die toch een methode ontwikkeld om het vlees te kunnen eten. Op IJsland wordt die methode nog steeds toegepast alhoewel er niet meer grootscheeps op de haai wordt gejaagd. Vroeger gebeurde dat wel. Van de boot in het museum wordt gezegd dat de eigenaar ooit in 24 uur maar liefst 24 haaien wist te vangen.
Het vlees wordt gefermenteerd. Eerst wordt de haai goed schoongemaakt en daarna wordt het vlees in stukken gesneden. Die worden eerst in een kuil bewaard waarna ze tenslotte in een droogschuur aan de wind worden gedroogd. Het totale proces neemt zes maanden in beslag.
We mogen een stukje proeven van het vlees dat in kleine brokjes wordt gesneden. Eerst met een stukje roggebrood en daarna ook zo een stukje. Hoewel je verhalen hoort dat het vreselijk zou zijn blijkt het heel erg mee te vallen. Het smaakt misschien een beetje naar ammoniak, maar het valt erg mee.
Toch prefereren we haring op roggebrood!
We rijden door naar het vissersplaatsje Olavsvik en stoppen onderweg nog bij een mooie waterval die gemakkelijk vanaf de weg bereikbaar is. We genieten van het landschap en eenmaal in Olavsvik zoeken we daar een restaurant.
Na de maaltijd rijden we via een andere weg terug naar de Snorrestadir farm.









