Woensdag en donderdag verbleven we in Akureyri. Op onze eerste dag gingen we naar de Godafoss, een grote waterval op een 25 kilometer afstand van de stad. We steken de fjord over via een brug en zien daarbij ook het vliegveld liggen dat gedeeltelijk in de fjord ligt. Ik maak me meteen een voorstelling hoe het zou zijn om daar met een microlight te landen! Het lijkt me echt spectaculair.
Eventjes verder ligt een toltunnel van 7 kilometer lang waar we doorheen rijden. Er is nergens aangegeven waar we moeten betalen, blijkbaar wordt het kenteken gescand. Jammer genoeg is het aan de andere kant van de tunnel net zo bewolkt als toen we erin reden. Al vrij snel zijn we bij de waterval en rijden de parking op aan de linkerkant Er zijn overal uitstekende paden aangelegd en al snel zien we de waterval. Het is een adembenemend schouwspel zoveel water te zien dat over de rand stroomt. We zien aan de andere kant dat je daar ook lager kunt komen en dicht bij de waterval kunt komen.
We lopen dus na een tijdje terug naar de weg en gaan dan via een bruggetje naar de andere kant waar je ook kunt genieten van het schouwspel. Janita en ik gaan naar beneden om het schouwspel van nog dichterbij te bekijken.
In de souvenirshop drinken we koffie en kopen nog wat souvenirs voordat we weer terugrijden naar Akureyri. We rijden echter door omdat 100 km ten westen daarvan nog een mooie waterval moet zijn waar minder toeristen komen. Na een lange rit zegt Google dat we er zijn, maar we zien echter niks. We staan op een landweggetje en vragen het nog maar eens aan die vriendelijke dame van Google. Nu stuurt ze ons een omweg in, maar tenslotte bereiken we toch de parkeerplaats bij een boerderij. In de inmiddels stromende regen lopen we naar de waterval en hoewel deze kleiner is dan de vorige is ook deze de moeite waard.






